A-Z Genera Species Reset






Agapanthus 'Glenavon' - Kaapse lelie - - afrikaanse lelie

Alliaceae

Agapanthus 'Glenavon'


Standplaats:   zon

Kleur:   hemelsblauw

Bloeitijd:   juli - aug.

Hoogte:   100 cm

Planten per m²:   3

Vak op de kwekerij: H10

Prijs:   10 €


We hebben 'Glenavon' al buiten uitgeplant staan sinds de tijd dat de eerste Agapanthus dagen bij Huis Verwolde in Laren Gld. werden gehouden. Dat moet eind jaren '90 geweest zijn. We zeggen dit niet zonder reden, want je leest altijd dat deze selectie met zijn brede, bijna wintergroene bladeren niet winterhard zou zijn. Natuurlijk is een bladerdek raadzaam, maar dan is niets beter om hem maar gewoon buiten te planten. Dan komen de immens grote bolvormige bloeiwijzen in groten getale. Ze zijn hemelsblauw met een tintje lila en elk bloemblaadje heeft een donker streepje.



AGAPANTHUS algemeen

M27 Als klassieke kuipplant heeft Agapanthus sinds jaar en dag een ijzersterke reputatie. Door de overvloed aan zgn. winterharde selecties zijn ze ook als tuinplant razend populair geworden. Wij hebben moederplanten hier op de kwekerij die al vijfentwintig jaar in de volle grond staan. Bovendien hebben we gemerkt dat de planten tweemaal zo snel groeien en driemaal zo rijk bloeien als in een beknelde pot. Zorg ervoor dat U juist direct na de bloei weer begint met bijmesten. In de volle grond is dit niet echt nodig, maar in pot is dit zeer aan te raden. Het is namelijk cruciaal voor de knoppen die in deze tijd al aangelegd worden. Gebruik een meststof met een hoog kaligehalte. Onderstaande soorten kunnen alle in de volle grond geplant worden. De niet winterharde, dus de echte kuipplanten vindt u bij de afdeling 'Half Winterharde Planten' verderop in boek. Het afdekken gebeurt na een paar fikse nachtvorsten, als het blad afgestorven is en alleen als er een echte vorstperiode op komst is. Een laag droog blad van ca. 25 cm met daaroverheen een paar coniferentakken is uitstekend. Als potgrond gebruiken we onze bladaarde met ca. 15% lavagranulaat. Al onze planten zijn gescheurd, er zitten geen zaailingen bij en ook geen weefselkweekplanten. Deze laatsten maken veel vegetatieve groei, d.w.z. delen zichzelf in bijna grasachtige pollen en bloeien slecht.